Persbericht: boek Meritocratie. Op weg naar een nieuwe klassensamenleving?

Wordt Nederland een nieuwe klassensamenleving, waarin voorsprong en achterstand van generatie op generatie worden overgedragen via het onderwijs? Die vraag staat centraal in het boek ‘Meritocratie. Op weg naar een nieuwe klassensamenleving?’ onder redactie van AIAS-medewerkers Paul de Beer en Maisha van Pinxteren. Het eerste exemplaar van het boek wordt op 6 juni aangeboden aan minister Jet Bussemaker. In het boek analyseert een aantal gerenommeerde Nederlandse onderzoekers, waaronder de onlangs overleden Jaap Dronkers, het meritocratische gehalte van de Nederlandse samenleving.
De belangrijkste conclusies van het boek zijn:
• Nederland is in hoge mate een meritocratische samenleving, in de zin dat iemands maatschappelijke positie voornamelijk wordt bepaald door zijn of haar persoonlijke verdiensten (merits). Opleidingsniveau en maatschappelijk succes hangen sterk met elkaar samen.
• Dit betekent echter niet dat Nederland een ‘open’ samenleving is met een grote mate van sociale mobiliteit. Opleidingsniveau en maatschappelijke positie worden namelijk nog altijd in belangrijke mate bepaald door de sociale herkomst en worden van ouders op kinderen overgedragen.
• Het mechanisme waarlangs deze overdracht plaats vindt, is wel veranderd. Vroeger liep de overdracht vooral via de sociaaleconomische positie (bv. beroepsstatus) van de ouders, tegenwoordig vooral via het opleidingsniveau van de ouders. Doordat beroep en opleiding in een meritocratische samenleving sterk met elkaar samenhangen, is de uitkomst vergelijkbaar met die van de ‘oude’ klassensamenleving.

Het boek bevat uniek cijfermateriaal dat de trends op langere termijn in (de overdracht van) sociale ongelijkheid in Nederland laat zien. Hieruit blijkt onder meer:
• Dat de prestaties van leerlingen aan het eind van de basisschool (zoals gemeten met de CITO-toets) steeds sterker samenhangen met het opleidingsniveau van de ouders (Jaap Dronkers en Herman van de Werfhorst in hoofdstuk 2).
• Dat de keuze van het voortgezet onderwijs steeds sterker wordt bepaald door de score op de CITO-toets, maar dat het uiteindelijk behaalde opleidingsniveau onverminderd sterk wordt bepaald door het opleidingsniveau van de ouders (Jaap Dronkers en Herman van de Werfhorst in hoofdstuk 2).
• Dat er grote verschillen zijn in culturele opvoedingspatronen (zoals theaterbezoek, lezen en tv-kijken) tussen hoog en laag opgeleide ouders, die doorwerken in de schoolprestaties van de leerlingen (Natascha Notten in hoofdstuk 4).
• Dat het opleidingsniveau grote invloed heeft op de arbeidsmarktpositie, maar dat deze invloed over het geheel niet is toegenomen. De verschillen tussen hoog en laag opgeleiden in beroepsniveau en in de kans op een flexibel dienstverband zijn de afgelopen decennia zelfs kleiner geworden (Paul de Beer en Maisha van Pinxteren in hoofdstuk 5).
• Dat steeds meer hoog opgeleiden onder hun niveau werken (Wiemer Salverda en Daniella Brals in hoofdstuk 6).
• Dat de sterke groei van het aantal (vaak hoog opgeleide) tweeverdieners niet heeft geleid tot grotere inkomensverschillen tussen huishoudens (Wiemer Salverda en Daniella Brals in hoofdstuk 6).
• Dat voor het vervullen van een politieke functie (bewindspersoon, Kamerlid, wethouder, gemeenteraadslid) een hoge opleiding steeds meer een vereiste is geworden, maar dat sociale afkomst minder belangrijk is geworden (Mark Bovens en Anchrit Wille in hoofdstuk 7).
• Dat de meeste mensen menen dat de Nederlandse samenleving in hoge mate meritocratisch is, dat wil zeggen dat eigen inzet en eigen opleiding veel belangrijker zijn om vooruit te komen in de maatschappij dan de afkomst. Bovendien vinden de meeste mensen het wenselijk dat intelligentie en hard werken de grootste invloed hebben op economisch succes (Sander Steijn, Herman van de Werfhorst en Brian Burgoon in hoofdstuk 8).
• Dat ook de ‘verliezers’ van de meritocratie, zoals langdurig werklozen, de meritocratische principes onderschrijven, maar hun zelfrespect proberen te behouden door een ‘excuus’ te zoeken voor hun ‘falen’ (Judith Elshout, Evelien Tonkens en Tsjalling Swierstra in hoofdstuk 9).

Publicatiegegevens
Meritocratie. Op weg naar een nieuwe klassensamenleving, onder redactie van Paul de Beer en Maisha van Pinxteren (Amsterdam University Press, juni 2016). ISBN 978 94 6298 339 7; e-ISBN 978 90 4853 336 7; € 29,95.
Voor meer informatie over de inhoud van het boek kunt u contact opnemen met:
Paul de Beer
p.t.debeer@uva.nl; 020 525 4199

 
| More