Nieuw AIAS working paper: Werkgeverskeuze en Pensioen: Een Institutionele Analyse

Door Natascha van der Zwan

AIAS WP 148


Samenvatting

In dit paper wordt onderzocht hoe de institutionele omgeving van het Nederlandse pensioenstelsel van invloed is op werkgeversvoorkeuren met betrekking tot het aanvullend pensioen. Beginpunt van deze analyse is de observatie dat het aantal pensioenfondsen in 20 jaar tijd enorm is afgenomen, voornamelijk onder ondernemingspensioenfondsen. Deze ontwikkeling suggereert dat ondernemingspensioenfondsen minder aantrekkelijk zijn geworden voor werkgever dan andere pensioenuitvoerders als bedrijfstakpensioenfondsen of verzekeraars. Omdat het liquideren van een ondernemingspensioenfonds een keuze is van de werkgever, biedt de afname van deze fondsen een goede mogelijkheid om veranderende werkgeversvoorkeuren met betrekking tot pensioen te bestuderen. Het paper toont aan dat wet- en regelgeving de belangrijkste determinant is van werkgevers’ keuzes voor een nieuwe pensioenuitvoerder. De markt voor aanvullende pensioenen en het arbeidsvoorwaardenoverleg zijn van invloed op de selectie van een nieuwe pensioenuitvoerder en de omvang van transactiekosten. Hoewel de verplichte elementen uit het Nederlandse pensioenstelsel beperkingen opleggen aan de keuzevrijheid voor werkgevers, laten deze laatste elementen ook ruimte voor maatwerk en diversiteit.


Click here for the working paper

Over de serie ‘Keuzevrijheid in Pensioenen’

De introductie van meer keuzevrijheid in het Nederlands pensioenstelsel wordt vaak geassocieerd met een efficiëntere uitvoering door pensioenfondsen, een betere aansluiting bij de preferenties van werknemers en werkgevers, en een oplossing voor tegenstellingen tussen jong en oud. In het onderzoek ‘Keuzevrijheid in Pensioenen’ van het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies worden de positieve en negatieve effecten van keuzevrijheid ten aanzien van pensioen onderzocht aan de hand van vier scenario’s. In de eerste optie bepalen werknemers zelf bij welk pensioenfonds zij zich aansluiten. In de tweede optie kiest de werkgever bij welk pensioenfonds hij zijn pensioenregeling onderbrengt. In de derde optie blijft de werknemer verplicht aangesloten bij het pensioenfonds van zijn/haar onderneming of bedrijfstak, maar biedt het pensioenfonds een keuzepakket van pensioenregelingen. In de vierde optie krijgen de deelnemers een gezamenlijke keuzevrijheid in de besluitvorming over (wijzigingen in) de pensioenregeling en de financiering. Voor elk van deze scenario’s wordt onderzocht in hoeverre keuzevrijheid juridisch haalbaar en economisch wenselijk is. Daarnaast wordt een aantal case studies uitgevoerd naar bestaande vormen van keuzevrijheid in het Nederlandse pensioenstelsel en in een select aantal andere landen.

 
| More