Jelle Visser in het FD "Huidige crisis niet..."

Artikel in het Financieele Dagblad ©

Afhankelijker van anderen.

Huidige crisis niet het gevolg van ontsporing van nationale beleid en verzorgingsstaat

Mondiale aanpak

Jelle Visser

In ‘Zwaar weer op komst’ voorspelt het Centraal Planbureau voor 2009 een forse krimp en een snel oplopende werkloosheid die in 2010 boven de 600.000 personen zal komen. Zelf maakt het CPB de vergelijking met de vorige grote recessie die Nederland trof. In 1982 kromp de Nederlandse economie met een vol procent. De werkloosheid steeg per maand met 10.000 tot 15.000 naar een record van 639.000 rond de kerst van 1984.
Deze cijfers zijn niet zonder meer vergelijkbaar. Intussen zijn er ongeveer 3 miljoen banen bij gekomen. Destijds kwam de werkloosheid boven tien procent en zou nog hoger zijn geweest als niet velen via vut of arbeidsongeschiktheid uit de arbeidsmarkt waren gesluisd.
Het grootste verschil betreft de jeugdwerkloosheid die in 1983 een op de vijf schoolverlaters onder de 20 jaar trof. Afname van de bevolkingsgroei en vergrijzing zijn voor het Centraal Planbureau reden te geloven dat na 2010 de krapte op de arbeidsmarkt terugkeert.
Ter herinnering: in 1987, vijf jaar na de recessie van 1982 en jaren van groeiherstel, loonmatiging en een aantrekkende wereldeconomie bedroeg de werkloosheid nog altijd 8,7 procent en berekende de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) een ‘brede werkloosheid’ – inclusief uitkeringen en subsidies – van 25 procent.
Er zijn twee belangrijke verschillen tussen toen en nu:

  • de recessie na 1982 kwam na jaren van sukkelen en had zijn oorzaak in te hoge loonkosten en overheidsuitgaven. Afnemende exporten, achterblijvende investeringen en werkloosheid waren het gevolg;
  • en anders dan nu was de crisis vooral van eigen makelij, al waren er meer landen die aan hetzelfde leden.

De oplossing kwam eveneens van eigen bodem:

  • een streng begrotingsbeleid;
  • een ‘Akkoord van Wassenaar’ dat een lange periode van loonmatiging inluidde;
  • verlaging van de (jeugd)minimumlonen;
  • aanpassingen in de sociale zekerheid;
  • bevordering van deeltijdarbeid;
  • en flexibilisering van de arbeidstijden.

Dat totaalrecept en vooral het gezamenlijke optrekken met werkgevers en vakbeweging werd later aan andere Europese landen ten voorbeeld gesteld.
Het is het vermelden waard dat op Europees niveau de huidige recessie met die van 1993 wordt vergeleken, waar wij dankzij de eerdere aanpassingen veel minder last van bleken te hebben.De huidige crisis is niet het gevolg van ontsporing van het nationale beleid en een te snel gegroeide verzorgingsstaat. Ze is mondiaal en betreft een cruciaal onderdeel van het kapitalistische economische stelsel, want zo kunnen we het systeem van banken en kredieten toch wel noemen. Eerder te veel dan te weinig kapitalisme. Mij lijkt dat de oplossingen ook veel moeilijker want fundamenteler zijn en veel verdergaande internationale samenwerking vergen. We zijn, kortom, veel
afhankelijker van anderen.
Een tweede verschil met 1982 is dat niet lang daarna Europa zelf in een stroomversnelling kwam. In 1985 spraken de regeringsleiders in Milaan maatregelen ter voltooiing van de Europese binnenmarkt af, eind 1991 bereikten ze in Maastricht een akkoord over de euro, en de val van het communisme leidde tot een forse uitbreiding van democratie en markt in Oost Europa. Dit ging gepaard met een aanzienlijke uitbreiding van sociale rechten van burgers en werknemers. Herhaling van eenzelfde dynamiek binnen Europa lijkt me onwaarschijnlijk. Het Centraal Planbureau schrijft dat zich op dit moment de unieke situatie voordoet dat alle drie de rijke wereldregio’s
- de Verenigde Staten, Japan en Euroland – in een recessie zitten.
In de jaren tachtig waren de Verenigde Staten en Europa zelf een bron van nieuwe dynamiek, nu moet dat waarschijnlijk elders – China? – vandaan komen. Maar:

  • zijn wij dan nog zo aantrekkelijk?;
  • hoe nadelig is het een economie met veel gepensioneerden te zijn?;
  • is herhaling van de Europese combinatie van marktopening en sociale rechten op wereldschaal mogelijk?

Naast de directe noodmaatregelen die nodig zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken, lijkt me het antwoord op deze vragen van belang voor hoe het ons zal vergaan na 2010.

Voetnoot
Jelle Visser is hoogleraar Universiteit van Amsterdam en wetenschappelijk directeur van het Amsterdam Instituut voor ArbeidsStudies AIAS.

Het Financieele Dagblad B.V.
Pagina 7, 16-12-2008 ©

 
| More